Hoe starten wij met lees-/taalonderwijs in groep 3:
Wij werken in groep 3 met thema’s. Uit de thema’s halen wij onze signaalwoorden.
Met deze woorden leren wij de letters en vervolgens lezen.
De kinderen hebben allemaal een eigen magneetdoos en daar maken zij zelf woorden en zinnen op. Verder werken zij regelmatig met ander lettermateriaal zoals: de linkprint, klikklakboekjes, het whitebord, het magneetbord, het flanelbord en de computer. Elk aangeleerd woord/letter verwerken zij met werkbladen. Het woord en de letters worden zo nog eens extra ingeoefend.
Elke letter wordt ondersteund met een gebaar.
Het klankkastje:
In de groepen 1 t/m 3 werken we ook met het klankkastje. In dit kastje zitten verschillende figuren, die elk een eigen taak hebben binnen ons taalonderwijs. In groep 3 gebruiken wij de volgende figuren:
De woordspin:
- Wim de Woordspin wordt gebruikt bij het maken van een “woordweb”.
- Wim de Woordspin bedenkt samen met de kinderen de woorden die bij het thema/boek/onderwerp horen.
- Wim de Woordspin kan in de kring rondgaan. Elk kind die Wim vast heeft mag een woord noemen dat bij het woordweb hoort.
- Hij kijkt goed naar woorden die geclusterd kunnen worden.
De woordvlieg:
- De woordvlieg is dol op lekkere signaalwoorden.
- De lettervlieg introduceert de signaalwoorden.
- De lettervlieg vindt het leuk om bij het flitsen van de signaalwoorden en letters aanwezig te zijn.
- Klaas Klank spreekt in klanken (letters).
- Klaas Klank hakjes de woordjes in klanken uit elkaar (bv.: v-i-s).
- Lotte Langzaam spreekt woorden uit in klankgroepen (lettergrepen) (bv.: ik wil graag wat et-en heb-ben).
Tijm Rijm:
- Tijm Rijm houdt van rijmen en heeft een grote rijmhoed bij zich, die hem daarbij helpt.
- Tijm Rijm helpt met maken van gedichten op rijm.
- Tijm Rijm nodigt kinderen uit tot rijmen.







